De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 1000 Ω, R₂ = 100 Ω en R₃ = 250 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 200 Ω, R₂ = 500 Ω en R₃ = 1000 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.
Een brug met vier armen van 300 Ω wordt gevoed met 15 V. Als de sensor R₂ verandert, geeft de uitgang Vab = 288,5 mV. Bepaal de exacte verandering ΔR van R₂.
Een rekstrookje van 350 Ω is één arm (R₂) van een brug met vier gelijke armen van 350 Ω en een bekrachtiging van 6 V. Bepaal het vermogen Pg dat in het rekstrookje wordt gedissipeerd, in mW. Zelfopwarming beperkt de bekrachtiging.
Een weegcel (een volle brug van rekstrookjes) heeft een nominale uitgang van 2 mV/V bij zijn nominale belasting van 500 kg. Hij wordt bekrachtigd met 12 V. Bepaal zijn uitgang Vo bij een belasting van 200 kg.
Een weegcel (een volle brug van rekstrookjes) heeft een nominale uitgang van 2,5 mV/V bij zijn nominale belasting van 200 kg. Hij wordt bekrachtigd met 5 V. Bepaal zijn uitgang Vo bij een belasting van 160 kg.
Antwoordenblad
- 1. R4 = 25 Ω
- 2. R4 = 2500 Ω
- 3. ΔR = 24 Ω
- 4. Pg = 25,71 mW
- 5. Vo = 9,6 mV
- 6. Vo = 10 mV
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.