De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 120 Ω, R₂ = 300 Ω en R₃ = 20 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
Bepaal de onbelaste uitgangsspanning Vab = Va − Vb van de getoonde brug, met Vs = 10 V.
Een brug heeft vier armen van 470 Ω en Vs = 15 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 2,35 Ω. Bepaal met de benadering voor kleine veranderingen de uitgang Vab in mV.
Een galvanometer met een weerstand van 500 Ω is aangesloten tussen a en b van de getoonde brug (Vs = 15 V). Bepaal de galvanometerstroom Ig van a naar b, in µA.
Een rekstrookje (GF = 2,05) op een constructiedeel met E = 70 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 3 V. De uitgang geeft 1,23 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Een rekstrookje (GF = 2,1) op een constructiedeel met E = 200 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 5 V. De uitgang geeft 3,938 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Antwoordenblad
- 1. R4 = 50 Ω
- 2. Vab = −8,322 V
- 3. Vab = 18,75 mV
- 4. Ig = 5146 µA
- 5. σ = 56 MPa
- 6. σ = 300 MPa
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.