Frequentie: deel bij een regelmatig ritme 300 door de grote hokjes of 1500 door de kleine hokjes tussen twee R-toppen; tel bij een onregelmatig ritme de QRS-complexen in 6 seconden en vermenigvuldig met 10.
Ritme: vergelijk de R–R-intervallen. Gelijk is regelmatig; een zich herhalend patroon is regelmatig onregelmatig; helemaal geen patroon is volledig onregelmatig.
P-toppen: is er in afleiding II vóór elk QRS een positieve P-top, allemaal gelijk? Zoek naar fibrillatie- of zaagtandgolven, negatieve P-toppen en P-toppen zonder QRS.
PR-interval: van het begin van de P tot het begin van het QRS, normaal 0,12–0,20 s en constant. Let erop of het langer wordt, vast blijft vóór een weggevallen slag of willekeurig wisselt.
QRS-duur: onder 0,12 s is smal; 0,12 s of meer is breed. Benoem daarna het ritme en gebruik voor de QT QTc = QT/√RR (Bazett) met tijden in seconden.
2Oefenopgaven
1.Interpretatie van ECG-ritmestripsGemiddeld
Meet het QT-interval en het R–R-interval op deze regelmatige strip in afleiding II en bereken daarna de voor de frequentie gecorrigeerde waarde (QTc) met de formule van Fridericia QTc = QT/∛RR (beide in seconden). Geef het antwoord in seconden met drie decimalen.
afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mV1 klein hokje = 0,04 s, 1 groot hokje = 0,20 sstriplengte 6 s
QTc = s
2.Interpretatie van ECG-ritmestripsMoeilijk
Interpreteer deze afleiding-II-strip. Welke interpretatie kun je op basis van deze ene strip verdedigen? Klik op je antwoord.
afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mV1 klein hokje = 0,04 s, 1 groot hokje = 0,20 sstriplengte 6 s
1derdegraads (compleet) AV-blok
2sinusbradycardie
3eerstegraads AV-blok
42:1 AV-blok (type onbepaald)
3.Fysiologie van de mensGemiddeld
Wat is de belangrijkste functie van surfactant in de longen?
ABacteriën in de luchtwegen doden
BDe oppervlaktespanning in de longblaasjes verlagen
CZuurstof door de alveolaire wand vervoeren
DStof in de bronchiën vangen
4.Fysiologie van de mensMoeilijk
Waarom loopt een diepzeeduiker risico op decompressieziekte als hij snel bovenkomt?
ADe longen klappen dicht als de druk daalt
BStikstof die onder hoge druk is opgelost, vormt bellen als de druk daalt
CKoolstofdioxide kan de longen niet snel genoeg verlaten
DZuurstof wordt giftig aan het oppervlak
3Oplossingen
1.Interpretatie van ECG-ritmestrips
Antwoord: QTc = 0,462 s
QT en QTc: het QT-interval loopt van het begin van het QRS-complex tot het einde van de T-top. Het wordt korter naarmate de hartfrequentie stijgt, daarom wordt het gecorrigeerd voor de frequentie met het R–R-interval in seconden: Bazett QTc = QT/√RR en Fridericia QTc = QT/∛RR. Bazett is de formule die de meeste leerboeken gebruiken; hij corrigeert te veel bij hoge frequenties, waar Fridericia de voorkeur heeft. De grenswaarden verschillen per bron: een QTc boven ongeveer 0,45 s bij mannen of 0,46 s bij vrouwen wordt meestal verlengd genoemd en boven 0,50 s duidelijk verlengd.
Meet
QT = 12 × 0,04 = 0,48 s
RR = 28 × 0,04 = 1,12 s
Formule van Fridericia
QTc = 0,48/∛1,12 = 0,48/1,038 = 0,462 s
Antwoord
QTc = 0,462 s
Boven de gebruikelijke grenzen voor zowel mannen (ongeveer 0,45 s) als vrouwen (ongeveer 0,46 s): verlengd. (462 ms)
2.Interpretatie van ECG-ritmestrips
Antwoord: 2:1 AV-blok (type onbepaald)
2:1 AV-blok: met twee P-toppen per QRS volgen er nooit twee geleide P-toppen op elkaar, dus je kunt niet zien of de PR zou toenemen (type I) of gelijk zou blijven (type II) vóór een niet-geleide P-top. Op basis van één strip noem je het een 2:1 AV-blok; een langere strip of een verandering in de geleidingsverhouding bepaalt het type. Een smal QRS maakt type I waarschijnlijker en een breed QRS type II, maar geen van beide bewijst het.
Vijf stappen
1. Frequentie: R–R = 36 kleine hokjes, 1500 ÷ 36 ≈ 42 per minuut.
2. Ritme: regelmatig, elke R–R is 1,44 s.
3. P-toppen: positief en regelmatig (P–P 0,72 s, 83 per minuut), twee voor elke QRS.
4. PR-interval: constant op 0,18 s in de geleide slagen.
5. QRS: 0,06 s, smal (onder 0,12 s).
Waarom het type open blijft
Elke tweede P-top wordt niet geleid, dus er volgen nooit twee geleide slagen op elkaar en een toenemende PR kan nooit zichtbaar worden.
2:1 AV-blok (type onbepaald)
Antwoord
2:1 AV-blok (type onbepaald)
Een smal QRS maakt type I waarschijnlijker en een breed QRS type II, maar alleen een langere strip of een verandering in de geleidingsverhouding geeft uitsluitsel.
3.Fysiologie van de mens
Antwoord: B · De oppervlaktespanning in de longblaasjes verlagen
Waarom dit het antwoord is
Surfactant, gemaakt door type II-alveolaire cellen, verlaagt de oppervlaktespanning, zodat longblaasjes niet samenvallen en de longen makkelijker uitzetten.
Antwoord
B · De oppervlaktespanning in de longblaasjes verlagen
4.Fysiologie van de mens
Antwoord: B · Stikstof die onder hoge druk is opgelost, vormt bellen als de druk daalt
Waarom dit het antwoord is
Op diepte lost meer stikstof op in de weefsels. Daalt de druk te snel, dan komt het vrij als bellen in weefsel en bloed: caissonziekte.
Antwoord
B · Stikstof die onder hoge druk is opgelost, vormt bellen als de druk daalt