Machineontwerp: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 12 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Tandwielen en tandwieloverbrengingen

Ingrijpende tandwielen
n1·N1 = n2·N2
Koppel
T2 = T1·(N2/N1)·η
Vermogen
P = T·ω, ω = 2π·n/60
Meertraps overbrenging
totale overbrengingsverhouding = product van de trapverhoudingen

Torsie van assen

Schuifspanning
τ = T·r/J
Massieve as
J = πd⁴/32
Holle as
J = π(D⁴ − d⁴)/32
Wringhoek
φ = TL/(GJ)
Vermogen
P = T·ω = 2πnT/60

Methode

  1. Bereken het polair traagheidsmoment: J = πd⁴/32 voor een massieve as.
  2. Schuifspanning aan het oppervlak: τ = T·r/J, met r de buitenstraal.
  3. Wringhoek: φ = TL/(GJ) in radialen.
  4. Als het vermogen gegeven is, bereken dan eerst het koppel met P = T·ω, ω = 2πn/60.

Cirkel van Mohr en spanningstransformatie

Middelpunt
C = (σx + σy)/2
Straal
R = √(((σx − σy)/2)² + τxy²)
Hoofdspanningen
σ1,2 = C ± R
Hoofdrichting
tan 2θp = 2τxy/(σx − σy)
Schuin vlak
σθ = C + (σx − σy)/2·cos 2θ + τxy·sin 2θ

Methode

  1. Bereken het middelpunt van de cirkel van Mohr: C = (σx + σy)/2.
  2. Bereken de straal: R = √(((σx − σy)/2)² + τxy²).
  3. De hoofdspanningen zijn C ± R en de grootste schuifspanning in het vlak is R.
  4. Hoeken op de cirkel zijn het dubbele van de hoeken op het element: tan 2θp = 2τxy/(σx − σy).

Axiale spanning en rek

Normaalspanning
σ = F/A
Rek
ε = ΔL/L
Wet van Hooke
σ = E·ε
Verlenging
ΔL = FL/(EA)
Thermische rek
εT = α·ΔT

Knik van kolommen

Eulerse kniklast
Pcr = π²EI/(KL)²
Kniklengtefactor
K = 1 scharnierend–scharnierend, 0,5 ingeklemd–ingeklemd, 0,7 ingeklemd–scharnierend, 2 ingeklemd–vrij
Kritieke spanning
σcr = Pcr/A
Slankheid
λ = KL/r, r = √(I/A)

Mechanische trillingen

Eigenfrequentie
ωn = √(k/m), fn = ωn/(2π)
Uit de statische doorbuiging
ωn = √(g/δst)
Kritische demping
cc = 2√(km) = 2mωn
Dempingsverhouding
ζ = c/cc
Gedempte eigenfrequentie
ωd = ωn√(1 − ζ²)
Logaritmisch decrement
δ = (1/n)·ln(x0/xn), ζ = δ/√(4π² + δ²)
Veren parallel
k = k1 + k2
Veren in serie
1/k = 1/k1 + 1/k2

2Oefenopgaven

1.Tandwielen en tandwieloverbrengingenGemiddeld
Nw​ = 80z = 1, 960 rpm

Een worm met 1 gang(en) draait met 960 rpm en drijft een wormwiel met 80 tanden aan. Vind het toerental nw van het wiel.

z = 1Nw = 80n = 960 rpm
nw = rpm
2.Tandwielen en tandwieloverbrengingenMoeilijk
Ns​ = 30ringwiel vastNp​ = 24nc​ = ?

In een planetaire tandwielset heeft het zonnewiel 30 tanden en elk planeetwiel 24 tanden. Het ringwiel wordt vastgehouden en het zonnewiel wordt aangedreven met 1500 rpm. Vind het toerental nc van de planeetdrager.

Ns = 30Np = 24ns = 1500 rpm
nc = rpm
3.Torsie van assenGemiddeld
do​ = 60, di​ = 42 mmT = 250 N·mL = 2,5 m

Een holle as van messing (buitendiameter 60 mm, binnendiameter 42 mm, lengte 2,5 m) is aan één uiteinde ingeklemd en wordt aan het andere uiteinde getordeerd door een wringend moment van 250 N·m. Vind de wringhoek φ in graden.

T = 250 N·mdo = 60 mmdi = 42 mmL = 2,5 mG = 39 GPa
φ = °
4.Torsie van assenMoeilijk
do​ = ?30 kW, 1450 rpm

Een holle as moet 30 kW overbrengen bij 1450 rpm. De binnendiameter moet 0,6 keer de buitendiameter zijn, en de schuifspanning mag niet groter zijn dan 60 MPa. Vind de kleinste buitendiameter do.

P = 30 kWN = 1450 rpmdi/do = 0,6τallow = 60 MPa
do = mm
5.Cirkel van Mohr en spanningstransformatieGemiddeld
σx​ = −20σy​ = 70τxy​ = 30MPa

In een punt is σₓ = −20 MPa, σᵧ = 70 MPa en τₓᵧ = 30 MPa (trek positief). Het element wordt 30° linksom gedraaid. Vind de normaalspanning σy′ op de vlakken van het gedraaide element die loodrecht staan op de gedraaide y′-as.

σx = −20 MPaσy = 70 MPaτxy = 30 MPaθ = 30°
σy′ = MPa
6.Cirkel van Mohr en spanningstransformatieMoeilijk
σx​ = 130σy​ = 40τxy​ = −10MPa

Een punt in een dunne plaat verkeert in een vlakke spanningstoestand: σₓ = 130 MPa, σᵧ = 40 MPa en τₓᵧ = −10 MPa (σz = 0). Vind de vergelijkingsspanning volgens Von Mises σvM.

σx = 130 MPaσy = 40 MPaτxy = −10 MPa
σvM = MPa
7.Axiale spanning en rekGemiddeld
Ø 16 mmAluminium1,5 mP = 30 kN

Vind de verlenging δ van de staaf van aluminium onder de axiale belasting.

P = 30 kNd = 16 mmL = 1,5 mE = 70 GPa
δ = mm
8.Axiale spanning en rekMoeilijk
40 kN12400 mm500 mmØ25Ø50σ2​ = ?

Een segment van staal (diameter 25 mm, lengte 400 mm, E = 200 GPa) en een segment van aluminium (diameter 50 mm, lengte 500 mm, E = 70 GPa) zijn kop aan kop verbonden en tussen twee stijve wanden ingeklemd. Een axiale belasting van 40 kN werkt op de verbinding, in de richting van segment 2. Bepaal de grootte van de spanning σ2 in segment 2.

segment 1: staal, Ø25 mm, 400 mm, E = 200 GPasegment 2: aluminium, Ø50 mm, 500 mm, E = 70 GPaP = 40 kN
σ2 = MPa
9.Knik van kolommenGemiddeld
PL = 4 md = 30 mmdoorsnede

Een kolom met lengte L van aluminium is aan beide uiteinden ingeklemd. Vind met de formule van Euler de kritieke knikbelasting Pcr.

L = 4 mE = 70 GPa (aluminium)d = 30 mm
Pcr = kN
10.Knik van kolommenMoeilijk
P = 75 kNL = 1 md = ?doorsnede

Een massieve ronde kolom met lengte L van staal is aan beide uiteinden scharnierend. Hij moet 75 kN dragen met een veiligheidsfactor van 2 tegen knik. Vind de kleinste diameter d.

P = 75 kNn = 2L = 1 mE = 200 GPa (staal)
d = mm
11.Mechanische trillingenGemiddeld
k = 20 kN/mζ = 0,6m = 80 kg

Een massa van 80 kg aan een veer met een stijfheid van 20 kN/m heeft een viskeuze demper die een dempingsverhouding van 0,6 geeft. Vind de gedempte eigenfrequentie fd van de vrije trilling in Hz.

m = 80 kgk = 20 kN/mζ = 0,6
fd = Hz
12.Mechanische trillingenMoeilijk
k1​ = 15k2​ = 100m = 10 kg

Een massa van 10 kg hangt aan twee veren die achter elkaar zitten (in serie): de bovenste veer heeft k₁ = 15 kN/m en de onderste k₂ = 100 kN/m. Verwaarloos demping en de massa’s van de veren. Vind de eigenfrequentie fn van de verticale trilling in Hz.

m = 10 kgk1 = 15 kN/mk2 = 100 kN/m
fn = Hz

3Oplossingen

1.Tandwielen en tandwieloverbrengingen

Antwoord: nw = 12 rpm

Gear trains: meshing gears have the same speed at the teeth, so n₁·N₁ = n₂·N₂: the gear with fewer teeth turns faster. Gears on one shaft turn at the same speed. Power is passed on (minus losses), so torque goes up when speed goes down: T₂ = T₁·(N₂/N₁)·η, and P = T·ω with ω = 2π·n/60.

Toerental van het wiel

nw = n·z/Nw = 960·1/80 = 12 rpm

Antwoord

nw = 12 rpm
2.Tandwielen en tandwieloverbrengingen

Antwoord: nc = 416,7 rpm

Planetaire tandwielsets: de toerentallen van zonnewiel, ringwiel en planeetdrager hangen samen via de vergelijking van Willis (ns − nc)/(nr − nc) = −Nr/Ns: gezien vanaf de planeetdrager is de set een gewone overbrenging met de planeetwielen als tussenwielen. Als je één deel vastzet, wordt de set een vertraging met één vaste verhouding.

Tanden van het ringwiel

Nr = Ns + 2·Np = 30 + 2·24 = 78

Vergelijking van Willis met vast ringwiel

Stel nr = 0 en los het toerental van de planeetdrager op.

(1500 − nc)/(0 − nc) = −78/30
nc = ns·Ns/(Ns + Nr) = 1500·30/108 = 416,7 rpm

Antwoord

nc = 416,7 rpm

De planeetdrager draait in dezelfde richting als het zonnewiel.

3.Torsie van assen

Antwoord: φ = 0,9497 °

Torsie van ronde assen: de schuifspanning neemt lineair toe van nul in het midden tot τmax = T·r/J aan het oppervlak, met J = πd⁴/32 voor een massieve as en J = π(do⁴ − di⁴)/32 voor een holle. De wringhoek is φ = TL/(GJ) in radialen. Vermogen en koppel hangen samen via P = T·ω.

Polair traagheidsmoment

J = π(60⁴ − 42⁴)/32 = 966855 mm⁴

Wringhoek

T = 250 N·m = 250000 N·mm
L = 2,5 m = 2500 mm
G = 39 GPa = 39000 MPa
φ = TL/(GJ) = 250000·2500/(39000·966855) = 0,01658 rad
φ = 0,01658·180/π = 0,9497°

Antwoord

φ = 0,9497°
4.Torsie van assen

Antwoord: do = 26,81 mm

Torsie van ronde assen: de schuifspanning neemt lineair toe van nul in het midden tot τmax = T·r/J aan het oppervlak, met J = πd⁴/32 voor een massieve as en J = π(do⁴ − di⁴)/32 voor een holle. De wringhoek is φ = TL/(GJ) in radialen. Vermogen en koppel hangen samen via P = T·ω.

Koppel

ω = 2πN/60 = 2π·1450/60 = 151,8 rad/s
T = P/ω = 30000/151,8 = 197,6 N·m

Buitendiameter uit de toelaatbare spanning

T = 197,6 N·m = 197572 N·mm
1 − k⁴ = 1 − 0,6⁴ = 0,8704
do = ∛(16T/(π·τallow·(1 − k⁴))) = ∛(16·197572/(π·60·0,8704)) = 26,81 mm
di = 0,6·26,81 = 16,09 mm

Antwoord

do = 26,81 mm

Een massieve as zou d = 25,6 mm nodig hebben; de holle is iets groter maar veel lichter.

5.Cirkel van Mohr en spanningstransformatie

Antwoord: σy′ = 21,52 MPa

Transformatie van een vlakke spanningstoestand: op een vlak dat over θ gedraaid is, geldt σ = (σₓ + σᵧ)/2 + (σₓ − σᵧ)/2·cos 2θ + τₓᵧ·sin 2θ. De cirkel van Mohr toont alle vlakken tegelijk: het middelpunt ligt bij C = (σₓ + σᵧ)/2 en de straal is R = √(((σₓ − σᵧ)/2)² + τₓᵧ²). De hoofdspanningen zijn C ± R, en de grootste schuifspanning in het vlak is R.

Transformatievergelijking voor het y′-vlak

σy′ = 25 − (−45)·0,5 − 30·0,866 = 21,52 MPa

Controle

De som van de normaalspanningen verandert niet bij rotatie.

σx′ = 28,48 MPa, σx′ + σy′ = 50 = σx + σy

Antwoord

σy′ = 21,52 MPa
6.Cirkel van Mohr en spanningstransformatie

Antwoord: σvM = 116,6 MPa

Transformatie van een vlakke spanningstoestand: op een vlak dat over θ gedraaid is, geldt σ = (σₓ + σᵧ)/2 + (σₓ − σᵧ)/2·cos 2θ + τₓᵧ·sin 2θ. De cirkel van Mohr toont alle vlakken tegelijk: het middelpunt ligt bij C = (σₓ + σᵧ)/2 en de straal is R = √(((σₓ − σᵧ)/2)² + τₓᵧ²). De hoofdspanningen zijn C ± R, en de grootste schuifspanning in het vlak is R. Vloeicriteria: Von Mises voorspelt vloeien als σvM = √(σ₁² − σ₁σ₂ + σ₂²) de waarde σY bereikt; Tresca als de absoluut maximale schuifspanning σY/2 bereikt.

στxyCσ1​σ2​

Hoofdspanningen

C = 85 MPa, R = 46,1 MPa
σ1 = 131,1 MPa, σ2 = 38,9 MPa, σ3 = 0

Von Mises

σvM = √(131,1² − 131,1·38,9 + 38,9²) = 116,6 MPa

Antwoord

σvM = 116,6 MPa
7.Axiale spanning en rek

Antwoord: δ = 3,197 mm

Wet van Hooke: in het elastische gebied geldt σ = E·ε. Samen met σ = P/A en ε = δ/L geeft dat δ = PL/(AE).

Spanning

A = π·16²/4 = 201,1 mm²
σ = P/A = 30·1000/201,1 = 149,2 MPa

Rek (wet van Hooke)

E for aluminium = 70 GPa = 70000 MPa.

ε = σ/E = 149,2/70000 = 0,002132 = 2132 µε

Verlenging

δ = ε·L = 0,002132·1500 mm = 3,197 mm

Antwoord

δ = 3,197 mm
8.Axiale spanning en rek

Antwoord: σ2 = 10,76 MPa

Twee materialen: bij serie (na elkaar) draagt elk segment dezelfde kracht en de verlengingen tellen op: δ = P·Σ L/(E·A). Bij parallel (naast elkaar tussen stijve platen) worden beide delen evenveel korter, dus hun rekken zijn gelijk: het stijvere deel neemt het grotere aandeel op, Pi = P·EiAi/ΣEA, en σi = Ei·ε. Een staaf die tussen twee stijve wanden is ingeklemd met een belasting op de overgang is statisch onbepaald: de twee segmenten delen de belasting naar verhouding van hun stijfheid k = EA/L.

Stijfheden

k₁ = 200000·490,9/400 = 245437 N/mm
k₂ = 70000·1963/500 = 274889 N/mm

Aandeel van segment 2

F2 = 40000·274889/520326 = 21132 N

Spanning

σ2 = 21132/1963 = 10,76 MPa (druk)

Antwoord

σ2 = 10,76 MPa
9.Knik van kolommen

Antwoord: Pcr = 6,867 kN

Knik volgens Euler: een slanke kolom wordt instabiel bij Pcr = π²EI/(KL)², waarbij KL de kniklengte is: K = 1 voor scharnier–scharnier, 2 voor ingeklemd–vrij, 0,7 voor ingeklemd–scharnier en 0,5 voor ingeklemd–ingeklemd. De kolom knikt om de as met de kleinste I. De formule geldt voor slanke kolommen, waarvan de kritieke spanning onder de vloeigrens blijft.

Kleinste traagheidsmoment

Een ronde doorsnede heeft om elke as dezelfde I.

I = πd⁴/64 = π·30⁴/64 = 39761 mm⁴

Kniklengte

KL = 0,5·4000 = 2000 mm

Kritieke belasting

Pcr = π²EI/(KL)² = π²·70000·39761/2000² = 6867 N = 6,867 kN

Antwoord

Pcr = 6,867 kN
10.Knik van kolommen

Antwoord: d = 35,27 mm

Knik volgens Euler: een slanke kolom wordt instabiel bij Pcr = π²EI/(KL)², waarbij KL de kniklengte is: K = 1 voor scharnier–scharnier, 2 voor ingeklemd–vrij, 0,7 voor ingeklemd–scharnier en 0,5 voor ingeklemd–ingeklemd. De kolom knikt om de as met de kleinste I. De formule geldt voor slanke kolommen, waarvan de kritieke spanning onder de vloeigrens blijft.

Benodigde kritieke belasting

Pcr = n·P = 2·75000 = 150000 N
KL = 1·1000 = 1000 mm

Los op naar de diameter

d = (64·n·P·(KL)²/(π³E))^(1/4) = (64·150000·1000²/(π³·200000))^(1/4) = 35,27 mm

Antwoord

d = 35,27 mm

Controle: de slankheid KL/r is 113,4, dus de kolom is slank en Euler geldt.

11.Mechanische trillingen

Antwoord: fd = 2,013 Hz

Vrije trilling van een massa-veersysteem: de ongedempte eigenhoekfrequentie is ωn = √(k/m) in rad/s, en fn = ωn/(2π) in Hz. Een viskeuze demper c geeft de dempingsverhouding ζ = c/cc, met kritische demping cc = 2·√(k·m) = 2·m·ωn. Een ondergedempt systeem (ζ < 1) trilt met ωd = ωn·√(1 − ζ²). Parallelle veren tellen op, k = k₁ + k₂; veren in serie tellen op via hun omgekeerde, 1/k = 1/k₁ + 1/k₂.

Ongedempte eigenfrequentie

ωn = √(20000/80) = 15,81 rad/s
fn = 15,81/(2π) = 2,516 Hz

Gedempte eigenfrequentie

fd = fn·√(1 − ζ²) = 2,516·√(1 − 0,6²) = 2,013 Hz

Antwoord

fd = 2,013 Hz
12.Mechanische trillingen

Antwoord: fn = 5,748 Hz

Vrije trilling van een massa-veersysteem: de ongedempte eigenhoekfrequentie is ωn = √(k/m) in rad/s, en fn = ωn/(2π) in Hz. Een viskeuze demper c geeft de dempingsverhouding ζ = c/cc, met kritische demping cc = 2·√(k·m) = 2·m·ωn. Een ondergedempt systeem (ζ < 1) trilt met ωd = ωn·√(1 − ζ²). Parallelle veren tellen op, k = k₁ + k₂; veren in serie tellen op via hun omgekeerde, 1/k = 1/k₁ + 1/k₂.

Vervangende stijfheid

Veren in serie dragen dezelfde kracht en hun doorbuigingen tellen op, dus ze combineren via hun omgekeerde: 1/k = 1/k1 + 1/k2.

1/keq = 1/15 + 1/100 → keq = 15·100/(15 + 100) = 13,04 kN/m

Eigenfrequentie

ωn = √(13043/10) = 36,12 rad/s
fn = 36,12/(2π) = 5,748 Hz

Antwoord

fn = 5,748 Hz

ExamProblems · examproblems.com/courses/machine-design