Het signaal R splitst zich in twee parallelle blokken G₂ = 9 en G₃ = 7. Hun uitgangen komen samen in een sommatiepunt met de getoonde tekens (+ and −), en de som gaat door G₁ = 5. Bepaal de totale versterking T = C/R.
Werkblad Blokschema’s met antwoorden
Een proces G(s) = 10/(s + 5) staat in een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling. Bepaal de tijdconstante τ van de gesloten lus.
Een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling heeft G(s) = 48/(s(s + 6)). De referentie is een helling r(t) = 5·t. Bepaal de stationaire fout ess.
Een proces G(s) = 11/(s + 3) wordt geregeld in een lus met negatieve terugkoppeling waarvan de sensor de versterking H = 2 heeft. Bepaal de tijdconstante τ van de gesloten lus.
Een proportionele regelaar K = 26 stuurt het proces G(s) = 1/(s + 7) aan in een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling. Een verstoring D komt binnen aan de ingang van het proces (ze wordt opgeteld bij de uitgang van de regelaar). Bij R = 0 wordt een verstoringsstap van grootte 1 aangelegd. Bepaal de stationaire uitgang css.
Een proportionele regelaar K stuurt het proces G(s) = 1/(s + 3) aan in een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling. Een verstoringsstap van grootte 10 komt binnen aan de ingang van het proces terwijl R = 0. Bepaal de kleinste versterking K waarbij de stationaire uitgang niet groter is dan 0,3333.
Antwoordenblad
- 1. T = 10
- 2. τ = 0,06667 s
- 3. ess = 0,625
- 4. τ = 0,04 s
- 5. css = 0,0303
- 6. K = 27
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.