Een proces G(s) = 16/(s + 5) staat in een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling. Bepaal de tijdconstante τ van de gesloten lus.
Werkblad Blokschema’s met antwoorden
Het signaal R splitst zich in twee parallelle blokken G₂ = 13 en G₃ = 3. Hun uitgangen komen samen in een sommatiepunt met de getoonde tekens (+ and +), en de som gaat door G₁ = 4. Bepaal de totale versterking T = C/R.
Een proces G(s) = 20/(s + 4) wordt geregeld in een lus met negatieve terugkoppeling waarvan de sensor de versterking H = 0,5 heeft. Bepaal de tijdconstante τ van de gesloten lus.
Een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling heeft G(s) = 16/(s(s + 8)). De referentie is een helling r(t) = 5·t. Bepaal de stationaire fout ess.
Een proportionele regelaar K = 26 stuurt het proces G(s) = 6/(s + 3) aan in een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling. Een verstoring D komt binnen aan de ingang van het proces (ze wordt opgeteld bij de uitgang van de regelaar). Een referentiestap van grootte 5 en een verstoringsstap van grootte 10 worden tegelijk aangelegd. Bepaal de stationaire uitgang css.
Het proces G(s) = K/(s(s + 7)(s + 8)) staat in een lus met negatieve eenheidsterugkoppeling. Gebruik het criterium van Routh–Hurwitz om de grootste versterking Kmax te vinden waarvoor de gesloten lus stabiel is.
Antwoordenblad
- 1. τ = 0,04762 s
- 2. T = 64
- 3. τ = 0,07143 s
- 4. ess = 2,5
- 5. css = 5,283
- 6. Kmax = 840
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.