Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) fc van het getoonde RL-hoogdoorlaatfilter, met R = 1000 Ω, L = 4,7 mH. Geef haar in Hz.
Werkblad Bodediagrammen en marges met antwoorden
Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) ωc van het getoonde RC-hoogdoorlaatfilter, met R = 4,7 kΩ, C = 2,2 nF. Geef haar in rad/s.
Het getoonde RC-laagdoorlaatfilter heeft R = 4,7 kΩ, C = 4,7 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 22 kHz aangelegd. Bepaal de versterking |H| = |vout/vin| in dB.
In het getoonde serie-RLC-banddoorlaatfilter staat de uitgang over R = 2 Ω, met L = 1 mH en C = 10 µF. Bepaal de −3 dB-bandbreedte BW in Hz.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 34/(s(s + 1)(s + 10)). Bepaal de faseomslagfrequentie ω180, waar ∠L(jω) = −180°.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 24/(s(s + 2)(s + 6)). Bepaal de faseomslagfrequentie ω180, waar ∠L(jω) = −180°.
Antwoordenblad
- 1. fc = 33863 Hz
- 2. ωc = 96712 rad/s
- 3. |H| = −10,14 dB
- 4. BW = 318,3 Hz
- 5. ω180 = 3,162 rad/s
- 6. ω180 = 3,464 rad/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.