Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) fc van het getoonde RL-laagdoorlaatfilter, met R = 220 Ω, L = 22 mH. Geef haar in Hz.
Werkblad Bodediagrammen en marges met antwoorden
Bepaal de versterking bij lage frequentie (gelijkspanning) van G(s) = 8(s + 1)/((s + 2)(s + 40)) in decibel, |G(0)| in dB.
Het getoonde RC-laagdoorlaatfilter heeft R = 10 kΩ, C = 2,2 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 14 kHz aangelegd. Bepaal de faseverschuiving φ van vout ten opzichte van vin, in graden.
In het getoonde serie-RLC-banddoorlaatfilter staat de uitgang over R = 2 Ω, met L = 20 mH en C = 4,7 µF. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 13,6/(s(s + 4)). Bepaal de versterkingsdoorsnijfrequentie ωc, waar |L(jω)| = 1.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 210/(s(s + 5)(s + 7)). Bepaal de faseomslagfrequentie ω180, waar ∠L(jω) = −180°.
Antwoordenblad
- 1. fc = 1592 Hz
- 2. |G(0)| = −20 dB
- 3. φ = −62,67 °
- 4. Q = 32,62
- 5. ωc = 2,789 rad/s
- 6. ω180 = 5,916 rad/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.