Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) fc van het getoonde RL-laagdoorlaatfilter, met R = 47 Ω, L = 4,7 mH. Geef haar in Hz.
Werkblad Bodediagrammen en marges met antwoorden
Bepaal de versterking bij lage frequentie (gelijkspanning) van G(s) = 4400/((s + 1)(s + 50)) in decibel, |G(0)| in dB.
Het getoonde RC-hoogdoorlaatfilter heeft R = 22 kΩ, C = 4,7 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 3,1 kHz aangelegd. Bepaal de versterking |H| = |vout/vin| in dB.
Bepaal de exacte grootte |G(jω)| van G(s) = 432/((s + 4)(s + 6)) bij ω = 15 rad/s, in dB.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 1400/(s(s + 20)). Bepaal de versterkingsdoorsnijfrequentie ωc, waar |L(jω)| = 1.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 56/(s(s + 2)(s + 5)). Bepaal de faseomslagfrequentie ω180, waar ∠L(jω) = −180°.
Antwoordenblad
- 1. fc = 1592 Hz
- 2. |G(0)| = 38,89 dB
- 3. |H| = −0,957 dB
- 4. |G(jω)| = 4,723 dB
- 5. ωc = 34,85 rad/s
- 6. ω180 = 3,162 rad/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.