Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) ωc van het getoonde RC-hoogdoorlaatfilter, met R = 1 kΩ, C = 47 nF. Geef haar in rad/s.
Werkblad Bodediagrammen en marges met antwoorden
Bepaal de versterking bij lage frequentie (gelijkspanning) van G(s) = 3000(s + 7)/((s + 6)(s + 7)) in decibel, |G(0)| in dB.
Het getoonde RC-laagdoorlaatfilter heeft R = 10 kΩ, C = 22 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 360 Hz aangelegd. Bepaal de faseverschuiving φ van vout ten opzichte van vin, in graden.
In het getoonde serie-RLC-banddoorlaatfilter staat de uitgang over R = 5 Ω, met L = 5 mH en C = 0,1 µF. Bepaal de middenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in Hz.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 84/(s(s + 3)(s + 7)). Bepaal de faseomslagfrequentie ω180, waar ∠L(jω) = −180°.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 6/(s(s + 2)(s + 3)). Bepaal de versterkingsmarge GM in dB.
Antwoordenblad
- 1. ωc = 21277 rad/s
- 2. |G(0)| = 53,98 dB
- 3. φ = −26,46 °
- 4. f0 = 7118 Hz
- 5. ω180 = 4,583 rad/s
- 6. GM = 13,98 dB
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.