Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) ωc van het getoonde RL-hoogdoorlaatfilter, met R = 220 Ω, L = 4,7 mH. Geef haar in rad/s.
Werkblad Bodediagrammen en marges met antwoorden
Schets het asymptotische Bode-grootteplot van G(s) = 400/((s + 20)(s + 1)). Wat is de helling n van de rechte asymptoot boven 20 rad/s, in dB/decade?
Het getoonde RC-hoogdoorlaatfilter heeft R = 47 kΩ, C = 1 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 680 Hz aangelegd. Bepaal de versterking |H| = |vout/vin| in dB.
In het getoonde serie-RLC-banddoorlaatfilter staat de uitgang over R = 2 Ω, met L = 2 mH en C = 2,2 µF. Bepaal de middenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in Hz.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 1400/(s(s + 10)). Bepaal de versterkingsdoorsnijfrequentie ωc, waar |L(jω)| = 1.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 3)(s + 6)). Bepaal de versterking K die een versterkingsmarge van 5 dB geeft.
Antwoordenblad
- 1. ωc = 46809 rad/s
- 2. n = −40 dB/dec
- 3. |H| = −14,12 dB
- 4. f0 = 2399 Hz
- 5. ωc = 36,75 rad/s
- 6. K = 91,1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.