Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) ωc van het getoonde RL-hoogdoorlaatfilter, met R = 220 Ω, L = 100 mH. Geef haar in rad/s.
Werkblad Bodediagrammen en marges met antwoorden
Bepaal de versterking bij lage frequentie (gelijkspanning) van G(s) = 1200/((s + 1)(s + 5)) in decibel, |G(0)| in dB.
Het getoonde RC-laagdoorlaatfilter heeft R = 1 kΩ, C = 4,7 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 100 kHz aangelegd. Bepaal de versterking |H| = |vout/vin| in dB.
Het getoonde RL-laagdoorlaatfilter heeft R = 1000 Ω, L = 22 mH. Er wordt een sinusvormige ingang van 14 kHz aangelegd. Bepaal de faseverschuiving φ van vout ten opzichte van vin, in graden.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 8/(s(s + 4)). Bepaal de versterkingsdoorsnijfrequentie ωc, waar |L(jω)| = 1.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 24,8/(s(s + 8)). Bepaal de fasemarge PM in graden.
Antwoordenblad
- 1. ωc = 2200 rad/s
- 2. |G(0)| = 47,6 dB
- 3. |H| = −9,877 dB
- 4. φ = −62,67 °
- 5. ωc = 1,82 rad/s
- 6. PM = 69,99 °
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.