Bepaal de kantelfrequentie (−3 dB) ωc van het getoonde RC-laagdoorlaatfilter, met R = 3,3 kΩ, C = 100 nF. Geef haar in rad/s.
Werkblad Bodediagrammen en marges met antwoorden
Bepaal de versterking bij lage frequentie (gelijkspanning) van G(s) = 470(s + 7)/((s + 1)(s + 5)) in decibel, |G(0)| in dB.
Het getoonde RC-laagdoorlaatfilter heeft R = 22 kΩ, C = 10 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 2,9 kHz aangelegd. Bepaal de versterking |H| = |vout/vin| in dB.
Het getoonde RC-laagdoorlaatfilter heeft R = 10 kΩ, C = 4,7 nF. Er wordt een sinusvormige ingang van 850 Hz aangelegd. Bepaal de faseverschuiving φ van vout ten opzichte van vin, in graden.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = K/(s(s + 3)(s + 10)). Bepaal de versterking K die een versterkingsmarge van 2 dB geeft.
Een lus met eenheidsterugkoppeling heeft de open-lus-overdrachtsfunctie L(s) = 6,8/(s(s + 2)). Bepaal de versterkingsdoorsnijfrequentie ωc, waar |L(jω)| = 1.
Antwoordenblad
- 1. ωc = 3030 rad/s
- 2. |G(0)| = 56,36 dB
- 3. |H| = −12,32 dB
- 4. φ = −14,09 °
- 5. K = 309,8
- 6. ωc = 2,256 rad/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.