Een bedrijf verkoopt een product voor €10 per stuk. De variabele kosten zijn €4 per stuk en de vaste kosten €3 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €9 per stuk. De variabele kosten zijn €4 per stuk en de vaste kosten €5 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €28 per stuk met variabele kosten van €18 per stuk. De vaste kosten zijn €25 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €20 000?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €10 000 per jaar en variabele kosten van €10 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €22 000 per jaar en variabele kosten van €7 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een product wordt verkocht voor €50 per stuk, met variabele kosten van €45 per stuk en vaste kosten van €12 500 per jaar. De begrote afzet is 4 500 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een product wordt verkocht voor €14 per stuk, met variabele kosten van €4 per stuk en vaste kosten van €10 000 per jaar. De begrote afzet is 1 500 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Antwoordenblad
- 1. Q = 500 stuks
- 2. Q = 1000 stuks
- 3. Q = 4500 stuks
- 4. Q = 4000 stuks
- 5. MS = 44,44 %
- 6. MS = 33,33 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.