Een bedrijf verkoopt een product voor €16 per stuk. De variabele kosten zijn €6 per stuk en de vaste kosten €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een bedrijf verkoopt een product voor €12 per stuk. De variabele kosten zijn €6 per stuk en de vaste kosten €24 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Een product wordt verkocht voor €20 met variabele kosten van €8 per stuk. De vaste kosten zijn €48 000 per maand en over de winst wordt 20 % belasting geheven. Hoeveel stuks Q moeten er per maand worden verkocht om €24 000 na belasting te verdienen?
Een product wordt verkocht voor €15 per stuk met variabele kosten van €12 per stuk. De vaste kosten zijn €6 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een bedrijf verkoopt 1 500 stuks voor €13 per stuk, met variabele kosten van €8 per stuk en vaste kosten van €6 000. Met welk percentage %ΔΠ verandert het bedrijfsresultaat als het afzetvolume met 12 % stijgt?
Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €11 met variabele kosten van €5; product B voor €27 met variabele kosten van €15. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 2 stuks A op elke 1 B. De vaste kosten zijn €9 600 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.
Antwoordenblad
- 1. Q = 1500 stuks
- 2. Q = 4000 stuks
- 3. Q = 6500 stuks
- 4. Q = 4000 stuks
- 5. %ΔΠ = 60 %
- 6. Q = 1200 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.