Een bedrijf verkoopt een product voor €28 per stuk. De variabele kosten zijn €20 per stuk en de vaste kosten €20 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een product wordt verkocht voor €37 per stuk. De variabele kosten zijn €25 per stuk en de vaste kosten €24 000 per maand. Bereken de maandwinst Π als er 3 000 stuks worden verkocht (een verlies is negatief).
Een product wordt verkocht voor €23 per stuk met variabele kosten van €18 per stuk. De vaste kosten zijn €10 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €10 000 per jaar en variabele kosten van €15 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €19 000 per jaar en variabele kosten van €9 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een bedrijf verkoopt 2 000 stuks per maand voor €23 per stuk, met variabele kosten van €8 per stuk en vaste kosten van €12 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €3 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Een bedrijf verkoopt twee producten. Product A wordt verkocht voor €16 met variabele kosten van €12; product B voor €20 met variabele kosten van €10. Ze worden verkocht in een vaste verhouding van 3 stuks A op elke 2 B. De vaste kosten zijn €9 600 per maand. Bereken het totale aantal stuks Q (A en B samen) dat nodig is om quitte te spelen.
Antwoordenblad
- 1. Q = 2500 stuks
- 2. Π = 12000 €
- 3. Q = 3200 stuks
- 4. Q = 1500 stuks
- 5. Q = 2500 stuks
- 6. Q = 1500 stuks
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.