Een bedrijf verkoopt een product voor €14 per stuk. De variabele kosten zijn €4 per stuk en de vaste kosten €15 000 per maand. Hoeveel stuks Q moet het per maand verkopen om quitte te spelen?
Werkblad Break-evenanalyse met antwoorden
Een cateraar verwacht 4 000 maaltijden per maand te verkopen. Elke maaltijd heeft variabele kosten van €15 en de vaste kosten zijn €12 000 per maand. Wat is de laagste prijs p per maaltijd waarbij de cateraar quitte speelt?
Een product wordt verkocht voor €32 per stuk met variabele kosten van €12 per stuk. De vaste kosten zijn €100 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €6 000?
Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €25 000 per jaar en variabele kosten van €8 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €35 000 per jaar en variabele kosten van €6 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?
Een product wordt verkocht voor €40 per stuk, met variabele kosten van €30 per stuk en vaste kosten van €15 000 per jaar. De begrote afzet is 1 880 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
Een bedrijf verkoopt 4 000 stuks voor €40 per stuk, met variabele kosten van €30 per stuk en vaste kosten van €20 000. Met welk percentage %ΔΠ verandert het bedrijfsresultaat als het afzetvolume met 12 % stijgt?
Antwoordenblad
- 1. Q = 1500 stuks
- 2. p = 18 €
- 3. Q = 5300 stuks
- 4. Q = 5000 stuks
- 5. MS = 20,21 %
- 6. %ΔΠ = 24 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.