Een plaat van 120 mm × 240 mm heeft een rond gat met een diameter van 40 mm waarvan het middelpunt 90 mm van de linkerrand ligt (op halve hoogte). Bepaal de afstand x̄ van het zwaartepunt tot de linkerrand.
Werkblad Zwaartepunt en traagheidsmoment met antwoorden
Een L-vormig hoekprofiel heeft een horizontaal been van 110 mm breed en een verticaal been van 220 mm hoog (beide buitenwerks gemeten). Beide benen zijn 10 mm dik. Vind de hoogte ȳ van het zwaartepunt boven de onderrand.
Een U-profiel ligt met de open kant naar boven: een bodemplaat van 260 mm breed met twee opstaande benen, 150 mm hoog in totaal. Bodem en benen zijn allemaal 20 mm dik. Vind de hoogte ȳ van het zwaartepunt boven de onderrand.
Vind het traagheidsmoment Ix van het T-profiel om de horizontale as x door het zwaartepunt.
Het T-profiel wordt gebruikt als balk met de flens boven en draagt een doorbuigend (sagging) moment van 5 kN·m. Vind de buigspanning σonder aan de onderrand.
Een symmetrisch I-profiel heeft flenzen van 170 mm breed en 10 mm dik, een totale hoogte van 360 mm en een lijf van 8 mm dik. Het draagt een buigend moment van 30 kN·m om de as x. Vind de grootte van de maximale buigspanning σmax in de doorsnede.
Antwoordenblad
- 1. x̄ = 58,63 mm
- 2. ȳ = 77,19 mm
- 3. ȳ = 47,5 mm
- 4. Ix = 14,16 × 10⁶ mm⁴
- 5. σonder = 17,24 MPa
- 6. σmax = 41,43 MPa
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.