Een plaat van 100 mm × 200 mm heeft een rond gat met een diameter van 40 mm waarvan het middelpunt 30 mm van de linkerrand ligt (op halve hoogte). Bepaal de afstand x̄ van het zwaartepunt tot de linkerrand.
Werkblad Zwaartepunt en traagheidsmoment met antwoorden
Een rechthoekige doorsnede heeft breedte b = 100 mm en hoogte h = 475 mm. Vind het elastische weerstandsmoment Sx voor buiging om de horizontale zwaartepuntsas x.
Een plaat van 200 mm × 300 mm heeft een rond gat met een diameter van 40 mm op de verticale hartlijn, met zijn middelpunt 210 mm boven de onderkant. Bepaal het kwadratisch oppervlaktemoment Ix om de horizontale as door het zwaartepunt.
Een U-profiel ligt met de open kant naar boven: een bodemplaat van 260 mm breed met twee opstaande benen, 170 mm hoog in totaal. Bodem en benen zijn allemaal 14 mm dik. Vind de hoogte ȳ van het zwaartepunt boven de onderrand.
Een symmetrisch I-profiel heeft flenzen van 140 mm breed en 10 mm dik, een totale hoogte van 360 mm en een lijf van 6 mm dik. Het draagt een buigend moment van 40 kN·m om de as x. Vind de grootte van de buigspanning σj bij de overgang van het lijf naar de bovenflens.
Een plaat van 200 mm × 150 mm heeft een rechthoekige uitsparing van 30 mm breed en 20 mm hoog, gecentreerd op de verticale hartlijn met zijn middelpunt 45 mm boven de onderkant. Bepaal het kwadratisch oppervlaktemoment Ix om de horizontale as door het zwaartepunt.
Antwoordenblad
- 1. x̄ = 51,34 mm
- 2. Sx = 3760 × 10³ mm³
- 3. Ix = 445,3 × 10⁶ mm⁴
- 4. ȳ = 53,36 mm
- 5. σj = 64,5 MPa
- 6. Ix = 55,68 × 10⁶ mm⁴
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.