Werkblad Klinische beoordelingsscores met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Klinische beoordelingsscores: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
15972SBPDBPmmHgPP = ?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De bloeddruk van een patiënt is 159/72 mmHg. Bepaal de polsdruk PP.

SBP 159 mmHgDBP 72 mmHg
PP = mmHg
2.Makkelijk
12164SBPDBPmmHgMAP = ?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De bloeddruk van een patiënt is 121/64 mmHg. Bepaal de gemiddelde arteriële druk MAP = (SBP + 2·DBP)/3, op de dichtstbijzijnde hele mmHg.

SBP 121 mmHgDBP 64 mmHg
MAP = mmHg
3.Gemiddeld
S? / 4+M? / 4+A? / 4+Mob? / 4+N? / 4+F? / 3Σ?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenpatiënt wordt beoordeeld met de Bradenschaal: sensorische waarneming: licht beperkt; vochtigheid: voortdurend vochtig; activiteit: loopt regelmatig; mobiliteit: volledig immobiel; voeding: uitstekend; wrijving en schuifkrachten: mogelijk probleem. Bepaal het totaal van de Bradenschaal B.

6–23
B =
4.Gemiddeld
E1 / 4+V2 / 5+M? / 6GCS 6?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenkaart registreert GCS 6, met E1 en V2. Welke motorische score M is genoteerd en welke reactie beschrijft die? Geef het getal.

GCS 6E1V2
M =
5.Moeilijk
81?SBPDBPmmHgMAP = 65

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team streeft naar een gemiddelde arteriële druk van minstens 65 mmHg. De systolische druk van een patiënt is 81 mmHg. Wat is met MAP = (SBP + 2·DBP)/3 de laagste diastolische druk DBP die nog een MAP van 65 mmHg geeft?

MAP 65 mmHgSBP 81 mmHg
DBP = mmHg
6.Moeilijk
laag risicomatig risicohoog risico

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenpatiënt wordt beoordeeld met de Morse Fall Scale: eerdere val in de afgelopen 3 maanden: nee; secundaire diagnose: ja; loophulpmiddel: krukken, wandelstok of rollator; IV-therapie of zoutslot: nee; looppatroon: normaal, bedrust of rolstoel; mentale toestand: kent eigen grenzen. Gebruik de afkappunten 0–24 laag, 25–44 matig en 45 of meer hoog en klik op het niveau van het valrisico.

  1. 1laag risico
  2. 2matig risico
  3. 3hoog risico

Antwoordenblad

  1. 1. PP = 87 mmHg
  2. 2. MAP = 83 mmHg
  3. 3. B = 15
  4. 4. M = 3
  5. 5. DBP = 57 mmHg
  6. 6. matig risico

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.