Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De bloeddruk van een patiënt is 159/72 mmHg. Bepaal de polsdruk PP.
Werkblad Klinische beoordelingsscores met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De bloeddruk van een patiënt is 121/64 mmHg. Bepaal de gemiddelde arteriële druk MAP = (SBP + 2·DBP)/3, op de dichtstbijzijnde hele mmHg.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenpatiënt wordt beoordeeld met de Bradenschaal: sensorische waarneming: licht beperkt; vochtigheid: voortdurend vochtig; activiteit: loopt regelmatig; mobiliteit: volledig immobiel; voeding: uitstekend; wrijving en schuifkrachten: mogelijk probleem. Bepaal het totaal van de Bradenschaal B.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenkaart registreert GCS 6, met E1 en V2. Welke motorische score M is genoteerd en welke reactie beschrijft die? Geef het getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Het team streeft naar een gemiddelde arteriële druk van minstens 65 mmHg. De systolische druk van een patiënt is 81 mmHg. Wat is met MAP = (SBP + 2·DBP)/3 de laagste diastolische druk DBP die nog een MAP van 65 mmHg geeft?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenpatiënt wordt beoordeeld met de Morse Fall Scale: eerdere val in de afgelopen 3 maanden: nee; secundaire diagnose: ja; loophulpmiddel: krukken, wandelstok of rollator; IV-therapie of zoutslot: nee; looppatroon: normaal, bedrust of rolstoel; mentale toestand: kent eigen grenzen. Gebruik de afkappunten 0–24 laag, 25–44 matig en 45 of meer hoog en klik op het niveau van het valrisico.
- 1laag risico
- 2matig risico
- 3hoog risico
Antwoordenblad
- 1. PP = 87 mmHg
- 2. MAP = 83 mmHg
- 3. B = 15
- 4. M = 3
- 5. DBP = 57 mmHg
- 6. matig risico
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.