Bepaal voor z₁ = −2 + j en z₂ = 2 + j6 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −2 + jz₂ = 2 + j6
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = 3 + j. Klik op het punt dat z̄₁ voorstelt.
z₁ = 3 + j
- 1A (−3 + j)
- 2B (1 + j3)
- 3C (−1 − j3)
- 4D (3 − j)
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −3 − j7 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −3 − j7
θ = °
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −5 + j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −5 + j2
θ = °
5.Moeilijk
De vergelijking z² + 3z + 18,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 3q = 18,25
|z| =
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 5z² + 16z − 30 = 0 is z₁ = 1 + j3. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 1 + j3
r =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = 0,35
- 2. D (3 − j)
- 3. θ = −113,2 °
- 4. θ = 158,2 °
- 5. |z| = 4,272
- 6. r = 3
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.