Bepaal voor z₁ = −2 + j2 en z₂ = −1 − j2 het imaginaire deel van w = −z₁ + 5z̄₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −2 + j2z₂ = −1 − j2
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −2 − j3 en z₂ = 2 − j3 het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −2 − j3z₂ = 2 − j3
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 2∠−115° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 2θ = −115°
a =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −9 + j6 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −9 + j6
θ = °
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 5 en w = 32∠0° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 4. Bepaal het imaginaire deel van z₃.
w = 32∠0°n = 5k = 3
Im(z₃) =
6.Moeilijk
De vergelijking z² + 8z + 20 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 8q = 20
|z| =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 8
- 2. Re(z₁z₂) = −13
- 3. a = −0,8452
- 4. θ = 146,3 °
- 5. Im(z₃) = −1,176
- 6. |z| = 4,472
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.