Bepaal voor z₁ = 6 + j6 en z₂ = 1 − j5 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 6 + j6z₂ = 1 − j5
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −6 + j5 en z₂ = 2 + j het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −6 + j5z₂ = 2 + j
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = −9 + j7 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −9 + j7
θ = rad
4.Gemiddeld
Schrijf z = −1 − j4 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −1 − j4
θ = rad
5.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (−2 − j2)³.
z = −2 − j2n = 3
Re(z³) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠60°. Klik erop.
w = 8∠60°n = 3
- 1A (2∠−40°)
- 2B (2∠−160°)
- 3C (2∠140°)
- 4D (3,6∠−160°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −24
- 2. Re(z₁z₂) = −17
- 3. θ = 2,481 rad
- 4. θ = −1,816 rad
- 5. Re(z³) = 16
- 6. C (2∠140°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.