Bepaal voor z₁ = 7 − j6 en z₂ = −3 + j4 het imaginaire deel van w = 2z₁ − 3z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 7 − j6z₂ = −3 + j4
Im(w) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = −3 − j2. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
z₁ = −3 − j2
- 1A (−3 + j2)
- 2B (2 − j3)
- 3C (−2 − j3)
- 4D (2 + j3)
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠100° en z₂ = 2∠110°, bepaal het reële deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 3∠100°z₂ = 2∠110°
Re(w) =
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 1,5∠30° en z₂ = 3∠−95°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 1,5∠30°z₂ = 3∠−95°
Im(w) =
5.Moeilijk
Los z² + 6z + 34 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = 6q = 34
a =
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁷ te vinden voor z = −√3 + j.
z = −√3 + jn = 7
Re(z⁷) =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = −24
- 2. B (2 − j3)
- 3. Re(w) = 1,477
- 4. Im(w) = 0,4096
- 5. a = −3
- 6. Re(z⁷) = 110,9
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.