Bepaal voor z₁ = −3 − j6 en z₂ = 2 + j3 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −3 − j6z₂ = 2 + j3
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 5 + j en z₂ = 3 − j2 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 5 + jz₂ = 3 − j2
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −7 − j4 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −7 − j4
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 6∠160° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 6θ = 160°
b =
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 64∠60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het argument van z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
w = 64∠60°n = 3k = 2
θ₂ = °
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 4 en w = 16∠0° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2, 3. Bepaal het imaginaire deel van z₁.
w = 16∠0°n = 4k = 1
Im(z₁) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = 12
- 2. Im(z₁/z₂) = 1
- 3. θ = −150,3 °
- 4. b = 2,052
- 5. θ₂ = −100 °
- 6. Im(z₁) = 2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.