Bepaal voor z₁ = 7 − j8 en z₂ = −6 − j het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 7 − j8z₂ = −6 − j
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 7 + j6 en z₂ = 1 − j4 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 7 + j6z₂ = 1 − j4
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −9 − j in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −9 − j
θ = °
4.Gemiddeld
Het getal z = 2,5·e−j0,5 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het reële deel a.
r = 2,5θ = −0,5 rad
a =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠120°. Klik erop.
w = 81∠120°n = 4
- 1A (3∠120°)
- 2B (3∠165°)
- 3C (3∠−120°)
- 4D (5,4∠120°)
6.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (−1 + j3)⁵.
z = −1 + j3n = 5
Re(z⁵) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = −0,9189
- 2. Im(z₁/z₂) = 2
- 3. θ = −173,7 °
- 4. a = 2,194
- 5. A (3∠120°)
- 6. Re(z⁵) = −316
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.