Het Argand-diagram toont z₁ = 1 − j3. Klik op het punt dat −z₁ voorstelt.
- 1A (−1 − j3)
- 2B (−3 + j)
- 3C (1 + j3)
- 4D (−1 + j3)
Het Argand-diagram toont z₁ = 1 − j3. Klik op het punt dat −z₁ voorstelt.
Het Argand-diagram toont z₁ = 3 − j. Klik op het punt dat −z₁ voorstelt.
Schrijf z = 3∠160° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
Gegeven z₁ = 4∠125° en z₂ = 1,5∠−25°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
De wortels van zⁿ = w met n = 4 en w = 16∠90° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2, 3. Bepaal het imaginaire deel van z₁.
Los z² − 3z + 8,5 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal b > 0.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.