Bepaal voor z₁ = −6 − j8 en z₂ = 3 − j5 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −6 − j8z₂ = 3 − j5
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 2 − j7 en z₂ = 1 − j3 het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = 2 − j7z₂ = 1 − j3
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −8 − j9 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −8 − j9
θ = °
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −6 − j5 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −6 − j5
θ = °
5.Moeilijk
De vergelijking z² − 3z + 18,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = −3q = 18,25
|z| =
6.Moeilijk
Los z² + 5z + 10,25 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal b > 0.
p = 5q = 10,25
b =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = 6
- 2. Re(z₁z₂) = −19
- 3. θ = −131,6 °
- 4. θ = −140,2 °
- 5. |z| = 4,272
- 6. b = 2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.