Bepaal voor z₁ = −7 − j6 en z₂ = 4 + j3 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −7 − j6z₂ = 4 + j3
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 5 − j3 en z₂ = 2 − j6 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = 5 − j3z₂ = 2 − j6
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 8∠−75° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 8θ = −75°
b =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −6 − j9 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −6 − j9
θ = °
5.Moeilijk
Eén wortel van z³ − z² − 15z − 25 = 0 is z₁ = −2 + j. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −2 + j
r =
6.Moeilijk
Los z² + 5z + 12,5 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = 5q = 12,5
a =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = −1,84
- 2. |z₁/z₂| = 0,922
- 3. b = −7,727
- 4. θ = −123,7 °
- 5. r = 5
- 6. a = −2,5
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.