Bepaal voor z₁ = −1 − j4 en z₂ = 3 − j5 het reële deel van w = −2z₁ + 5z̄₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −1 − j4z₂ = 3 − j5
Re(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −5 − j en z₂ = −5 + j3 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −5 − jz₂ = −5 + j3
Im(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 7 + j in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = 7 + j
θ = rad
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠30° en z₂ = 2∠65°, bepaal het argument θ van w = z₁/z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 2,5∠30°z₂ = 2∠65°
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠180°. Klik erop.
w = 81∠180°n = 4
- 1A (1,5∠45°)
- 2B (3∠90°)
- 3C (3∠45°)
- 4D (3∠180°)
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 729∠90°. Klik erop.
w = 729∠90°n = 6
- 1A (5,4∠−15°)
- 2B (3∠−45°)
- 3C (3∠−15°)
- 4D (3∠90°)
Antwoordenblad
- 1. Re(w) = 17
- 2. Im(z₁z₂) = −10
- 3. θ = 0,1419 rad
- 4. θ = −35 °
- 5. C (3∠45°)
- 6. B (3∠−45°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.