Bepaal voor z₁ = −3 + j2 en z₂ = −4 − j2 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −3 + j2z₂ = −4 − j2
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 4 + j4 en z₂ = −4 + j4 de modulus van het product, |z₁z₂|.
z₁ = 4 + j4z₂ = −4 + j4
|z₁z₂| =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 9 + j8 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 9 + j8
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2∠40° en z₂ = 2∠20°, bepaal het reële deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 2∠40°z₂ = 2∠20°
Re(w) =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 64∠180°. Klik erop.
w = 64∠180°n = 6
- 1A (2∠−30°)
- 2B (1∠−30°)
- 3C (2∠180°)
- 4D (2∠0°)
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 64∠135° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het imaginaire deel van z₂.
w = 64∠135°n = 3k = 2
Im(z₂) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = −0,7
- 2. |z₁z₂| = 32
- 3. θ = 41,63 °
- 4. Re(w) = 0,9397
- 5. A (2∠−30°)
- 6. Im(z₂) = −3,864
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.