Bepaal voor z₁ = 3 + j2 en z₂ = −2 − j4 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 3 + j2z₂ = −2 − j4
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −8 − j8 en z₂ = −1 − j6 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = −8 − j8z₂ = −1 − j6
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 5∠100° en z₂ = 3∠−95°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 5∠100°z₂ = 3∠−95°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Het getal z = 2·ej1,5 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het imaginaire deel b.
r = 2θ = 1,5 rad
b =
5.Moeilijk
De vergelijking z² − 8z + 20 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = −8q = 20
|z| =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠60°. Klik erop.
w = 81∠60°n = 4
- 1A (3∠150°)
- 2B (3∠−105°)
- 3C (3∠105°)
- 4D (1,5∠105°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −16
- 2. |z₁/z₂| = 1,86
- 3. Im(w) = 1,307
- 4. b = 1,995
- 5. |z| = 4,472
- 6. C (3∠105°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.