Bepaal voor z₁ = −6 + j3 en z₂ = 6 − j6 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −6 + j3z₂ = 6 − j6
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −8 + j3 en z₂ = −6 + j4 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = −8 + j3z₂ = −6 + j4
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 3 + j3 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = 3 + j3
θ = rad
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 7 − j7 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 7 − j7
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠120°. Klik erop.
w = 27∠120°n = 3
- 1A (3∠−160°)
- 2B (3∠160°)
- 3C (3∠120°)
- 4D (5,4∠160°)
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ + z² + 8z − 10 = 0 is z₁ = −1 + j3. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −1 + j3
r =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = −0,25
- 2. Im(z₁/z₂) = 0,2692
- 3. θ = 0,7854 rad
- 4. θ = −45 °
- 5. B (3∠160°)
- 6. r = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.