Bepaal voor z₁ = −1 − j2 en z₂ = 5 + j het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −1 − j2z₂ = 5 + j
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = 3 + j. Klik op het punt dat z̄₁ voorstelt.
z₁ = 3 + j
- 1A (3 − j)
- 2B (−3 + j)
- 3C (−3 − j)
- 4D (−1 − j3)
3.Gemiddeld
Schrijf z = 3∠125° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 3θ = 125°
a =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 5∠−130° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 5θ = −130°
b =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠−90°. Klik erop.
w = 8∠−90°n = 3
- 1A (2∠−90°)
- 2B (2∠−150°)
- 3C (3,6∠−150°)
- 4D (2∠180°)
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁹ te vinden voor z = 1 + j√3.
z = 1 + j√3n = 9
Re(z⁹) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = −0,3462
- 2. A (3 − j)
- 3. a = −1,721
- 4. b = −3,83
- 5. B (2∠−150°)
- 6. Re(z⁹) = −512
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.