Bepaal voor z₁ = −8 − j4 en z₂ = −6 − j4 de modulus van het product, |z₁z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −8 − j4z₂ = −6 − j4
|z₁z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −4 − j6 en z₂ = 6 − j3 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = −4 − j6z₂ = 6 − j3
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 5∠100° en z₂ = 0,5∠65°, bepaal het argument θ van w = z₁/z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 5∠100°z₂ = 0,5∠65°
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 6∠160° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 6θ = 160°
b =
5.Moeilijk
Los z² − 8z + 22,25 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = −8q = 22,25
a =
6.Moeilijk
De vergelijking z² + 3z + 8,5 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 3q = 8,5
|z| =
Antwoordenblad
- 1. |z₁z₂| = 64,5
- 2. |z₁/z₂| = 1,075
- 3. θ = 35 °
- 4. b = 2,052
- 5. a = 4
- 6. |z| = 2,915
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.