Bepaal voor z₁ = −6 + j8 en z₂ = −3 + j3 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −6 + j8z₂ = −3 + j3
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 8 + j7 en z₂ = 2 + j2 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 8 + j7z₂ = 2 + j2
Re(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 5∠100° en z₂ = 0,5∠110°, bepaal het argument θ van w = z₁/z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 5∠100°z₂ = 0,5∠110°
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 5∠100° en z₂ = 3∠80°, bepaal het argument θ van w = z₁/z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 5∠100°z₂ = 3∠80°
θ = °
5.Moeilijk
Bepaal het imaginaire deel van (2 − j)⁴.
z = 2 − jn = 4
Im(z⁴) =
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ + 2z² + 12z − 40 = 0 is z₁ = −2 + j4. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −2 + j4
r =
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 2,357
- 2. Re(z₁/z₂) = 3,75
- 3. θ = −10 °
- 4. θ = 20 °
- 5. Im(z⁴) = −24
- 6. r = 2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.