Bepaal voor z₁ = 1 − j5 en z₂ = 3 − j de modulus van het product, |z₁z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 1 − j5z₂ = 3 − j
|z₁z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −1 − j4 en z₂ = 1 − j4 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = −1 − j4z₂ = 1 − j4
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Het getal z = 4·ej2,8 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het reële deel a.
r = 4θ = 2,8 rad
a =
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2∠30° en z₂ = 0,5∠65°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 2∠30°z₂ = 0,5∠65°
Im(w) =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠−90°. Klik erop.
w = 8∠−90°n = 3
- 1A (2∠−120°)
- 2B (2∠−90°)
- 3C (1∠−150°)
- 4D (2∠−150°)
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 2 en w = 9∠120° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1. Bepaal het imaginaire deel van z₁.
w = 9∠120°n = 2k = 1
Im(z₁) =
Antwoordenblad
- 1. |z₁z₂| = 16,12
- 2. Im(z₁/z₂) = −0,4706
- 3. a = −3,769
- 4. Im(w) = 0,9962
- 5. D (2∠−150°)
- 6. Im(z₁) = −2,598
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.