Bepaal voor z₁ = −4 + j en z₂ = −6 − j4 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −4 + jz₂ = −6 − j4
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 5 + j4 en z₂ = −1 − j4 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = 5 + j4z₂ = −1 − j4
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Het diagram toont z = −2 − j. Met w = 2∠90°, klik op het punt dat z·w voorstelt.
z = −2 − jw = 2∠90°
- 1A (−4 − j2)
- 2B (−2 + j4)
- 3C (1 − j2)
- 4D (2 − j4)
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 4∠−35° en z₂ = 3∠110°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 4∠−35°z₂ = 3∠110°
Im(w) =
5.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁹ te vinden voor z = 2 + j2.
z = 2 + j2n = 9
Im(z⁹) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠60°. Klik erop.
w = 8∠60°n = 3
- 1A (2∠−20°)
- 2B (2∠−160°)
- 3C (1∠20°)
- 4D (2∠20°)
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 0,5718
- 2. |z₁/z₂| = 1,553
- 3. D (2 − j4)
- 4. Im(w) = 11,59
- 5. Im(z⁹) = 8192
- 6. D (2∠20°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.