Bepaal voor z₁ = −5 + j3 en z₂ = 5 − j de modulus van het product, |z₁z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −5 + j3z₂ = 5 − j
|z₁z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 3 + j6 en z₂ = 4 − j5 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = 3 + j6z₂ = 4 − j5
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 10∠35° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 10θ = 35°
a =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 2,5∠−130° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 2,5θ = −130°
a =
5.Moeilijk
De vergelijking z² − 2z + 26 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = −2q = 26
|z| =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 6 en w = 64∠120° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 5. Bepaal het reële deel van z₀.
w = 64∠120°n = 6k = 0
Re(z₀) =
Antwoordenblad
- 1. |z₁z₂| = 29,73
- 2. |z₁/z₂| = 1,048
- 3. a = 8,192
- 4. a = −1,607
- 5. |z| = 5,099
- 6. Re(z₀) = 1,879
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.