Bepaal voor z₁ = 2 + j en z₂ = −4 − j3 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 2 + jz₂ = −4 − j3
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = −4 − j. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
z₁ = −4 − j
- 1A (−4 + j)
- 2B (−1 + j4)
- 3C (1 − j4)
- 4D (−1 − j4)
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2∠30° en z₂ = 3∠−95°, bepaal het reële deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 2∠30°z₂ = 3∠−95°
Re(w) =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −2 − j3 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −2 − j3
θ = °
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 6 en w = 64∠0° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 5. Bepaal het reële deel van z₁.
w = 64∠0°n = 6k = 1
Re(z₁) =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 6 en w = 729∠−60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 5. Bepaal het reële deel van z₂.
w = 729∠−60°n = 6k = 2
Re(z₂) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −10
- 2. C (1 − j4)
- 3. Re(w) = −0,3824
- 4. θ = −123,7 °
- 5. Re(z₁) = 1
- 6. Re(z₂) = −1,026
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.