Bepaal voor z₁ = 4 + j2 en z₂ = 5 + j2 het imaginaire deel van w = 2z₁ + 3z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 4 + j2z₂ = 5 + j2
Im(w) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = −3 − j2. Klik op het punt dat z̄₁ voorstelt.
z₁ = −3 − j2
- 1A (3 − j2)
- 2B (−2 − j3)
- 3C (2 + j3)
- 4D (−3 + j2)
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −8 + j6 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −8 + j6
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 10∠125° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 10θ = 125°
b =
5.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁴ te vinden voor z = −1 + j.
z = −1 + jn = 4
Re(z⁴) =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 4 en w = 81∠60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2, 3. Bepaal het imaginaire deel van z₁.
w = 81∠60°n = 4k = 1
Im(z₁) =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 10
- 2. D (−3 + j2)
- 3. θ = 143,1 °
- 4. b = 8,192
- 5. Re(z⁴) = −4
- 6. Im(z₁) = 2,898
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.