Bepaal voor z₁ = −3 − j8 en z₂ = −5 + j het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −3 − j8z₂ = −5 + j
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = −4 − j5. Klik op het punt dat z̄₁ voorstelt.
z₁ = −4 − j5
- 1A (−4 + j5)
- 2B (5 + j4)
- 3C (4 − j5)
- 4D (4 + j5)
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 4∠55° en z₂ = 3∠−140°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 4∠55°z₂ = 3∠−140°
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 3∠−130° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 3θ = −130°
a =
5.Moeilijk
Los z² − 8z + 17 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = −8q = 17
a =
6.Moeilijk
De vergelijking z² + 2z + 7,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 2q = 7,25
|z| =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 0,2692
- 2. A (−4 + j5)
- 3. θ = −85 °
- 4. a = −1,928
- 5. a = 4
- 6. |z| = 2,693
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.