Bepaal voor z₁ = −4 − j4 en z₂ = −1 − j het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −4 − j4z₂ = −1 − j
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 1 − j7 en z₂ = 5 + j4 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 1 − j7z₂ = 5 + j4
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −7 − j8 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −7 − j8
θ = °
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −8 − j5 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −8 − j5
θ = °
5.Moeilijk
Los z² + 4z + 20 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = 4q = 20
a =
6.Moeilijk
Los z² + 4z + 8 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = 4q = 8
a =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 4
- 2. Im(z₁/z₂) = −0,9512
- 3. θ = −131,2 °
- 4. θ = −148 °
- 5. a = −2
- 6. a = −2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.