Bepaal voor z₁ = −5 + j4 en z₂ = −3 + j de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −5 + j4z₂ = −3 + j
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 4 − j en z₂ = −5 + j het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 4 − jz₂ = −5 + j
Re(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −1 − j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −1 − j2
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 1,5∠40° en z₂ = 4∠−140°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 1,5∠40°z₂ = 4∠−140°
θ = °
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 64∠−120° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het imaginaire deel van z₁.
w = 64∠−120°n = 3k = 1
Im(z₁) =
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ + 6z² + 16z + 16 = 0 is z₁ = −2 + j2. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −2 + j2
r =
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 2,025
- 2. Re(z₁/z₂) = −0,8077
- 3. θ = −116,6 °
- 4. θ = −100 °
- 5. Im(z₁) = 3,939
- 6. r = −2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.