Bepaal voor z₁ = −2 − j6 en z₂ = −6 + j4 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −2 − j6z₂ = −6 + j4
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 3 − j6 en z₂ = 2 − j2 het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = 3 − j6z₂ = 2 − j2
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 3∠−115° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 3θ = −115°
a =
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 1,5∠−35° en z₂ = 0,5∠−50°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 1,5∠−35°z₂ = 0,5∠−50°
Im(w) =
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 27∠45° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het argument van z₀ in graden, tussen −180° en 180°.
w = 27∠45°n = 3k = 0
θ₀ = °
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 2 en w = 9∠90° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1. Bepaal het imaginaire deel van z₀.
w = 9∠90°n = 2k = 0
Im(z₀) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = 36
- 2. Re(z₁z₂) = −6
- 3. a = −1,268
- 4. Im(w) = −0,7471
- 5. θ₀ = 15 °
- 6. Im(z₀) = 2,121
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.