Bepaal voor z₁ = 3 + j5 en z₂ = −1 + j5 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 3 + j5z₂ = −1 + j5
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −5 − j5 en z₂ = −1 + j5 het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −5 − j5z₂ = −1 + j5
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −4 − j9 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −4 − j9
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠70° en z₂ = 4∠−25°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 2,5∠70°z₂ = 4∠−25°
Im(w) =
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 64∠180° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het reële deel van z₁.
w = 64∠180°n = 3k = 1
Re(z₁) =
6.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (−3 + j3)³.
z = −3 + j3n = 3
Re(z³) =
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 1,144
- 2. Re(z₁z₂) = 30
- 3. θ = −114 °
- 4. Im(w) = 0,6226
- 5. Re(z₁) = −4
- 6. Re(z³) = 54
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.