Bepaal voor z₁ = 4 − j3 en z₂ = −4 + j6 het imaginaire deel van w = 2z₁ + 3z̄₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 4 − j3z₂ = −4 + j6
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 4 + j7 en z₂ = 5 − j4 het reële deel van w = 4z₁ − 3z̄₂.
z₁ = 4 + j7z₂ = 5 − j4
Re(w) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 4∠30° en z₂ = 1,5∠20°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 4∠30°z₂ = 1,5∠20°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 2,5∠110° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 2,5θ = 110°
a =
5.Moeilijk
Bepaal het imaginaire deel van (−1 − j2)³.
z = −1 − j2n = 3
Im(z³) =
6.Moeilijk
De vergelijking z² + 3z + 3,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 3q = 3,25
|z| =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = −24
- 2. Re(w) = 1
- 3. Im(w) = 0,4631
- 4. a = −0,8551
- 5. Im(z³) = 2
- 6. |z| = 1,803
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.