Bepaal voor z₁ = −7 + j4 en z₂ = −2 + j3 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −7 + j4z₂ = −2 + j3
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −2 + j3 en z₂ = 1 + j4 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = −2 + j3z₂ = 1 + j4
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Het getal z = 5·e−j1,8 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het reële deel a.
r = 5θ = −1,8 rad
a =
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 5∠40° en z₂ = 3∠65°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 5∠40°z₂ = 3∠65°
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠−90°. Klik erop.
w = 8∠−90°n = 3
- 1A (2∠−30°)
- 2B (3,6∠30°)
- 3C (2∠0°)
- 4D (2∠−90°)
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 16∠−90°. Klik erop.
w = 16∠−90°n = 4
- 1A (3,6∠−112,5°)
- 2B (2∠−67,5°)
- 3C (2∠−112,5°)
- 4D (2∠112,5°)
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 2,236
- 2. Im(z₁/z₂) = 0,6471
- 3. a = −1,136
- 4. θ = 105 °
- 5. A (2∠−30°)
- 6. C (2∠−112,5°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.