Bepaal voor z₁ = −3 − j7 en z₂ = 3 + j6 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −3 − j7z₂ = 3 + j6
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 7 + j4 en z₂ = −2 − j het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = 7 + j4z₂ = −2 − j
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 4∠30° en z₂ = 4∠110°, bepaal het reële deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 4∠30°z₂ = 4∠110°
Re(w) =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 8∠140° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 8θ = 140°
a =
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 8∠135° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het argument van z₁ in graden, tussen −180° en 180°.
w = 8∠135°n = 3k = 1
θ₁ = °
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁶ te vinden voor z = −2 − j2.
z = −2 − j2n = 6
Im(z⁶) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = 33
- 2. Re(z₁z₂) = −10
- 3. Re(w) = −12,26
- 4. a = −6,128
- 5. θ₁ = 165 °
- 6. Im(z⁶) = −512
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.