Bepaal voor z₁ = −1 + j3 en z₂ = −6 + j6 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −1 + j3z₂ = −6 + j6
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 2 + j6 en z₂ = −2 + j5 het reële deel van w = 3z₁ + 2z̄₂.
z₁ = 2 + j6z₂ = −2 + j5
Re(w) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 8∠50° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 8θ = 50°
a =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −4 − j in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −4 − j
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 16∠120°. Klik erop.
w = 16∠120°n = 4
- 1A (2∠75°)
- 2B (2∠−30°)
- 3C (2∠30°)
- 4D (3,6∠75°)
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ + 6z² + 10z + 8 = 0 is z₁ = −1 + j. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −1 + j
r =
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 0,3727
- 2. Re(w) = 2
- 3. a = 5,142
- 4. θ = −166 °
- 5. C (2∠30°)
- 6. r = −4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.